Bart Demyttenaere

De laatste zusters van vlaanderen - De Standaard

De laatste slotzuster

Bart Demyttenaere portretteerde twaalf Vlaamse kloosterzusters in zijn boek 'De laatste zusters'. Dit is het verhaal van zuster Trees Goetgehbeur (54), de enige slotzuster uit het gezelschap. Zij leidt de kleine gemeenschap van trappistinnen van het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Klaarland te Lozen-bocholt.

In het begin van de eenentwintigste eeuw kun je algemeen stellen dat de contemplatieve orden meer in trek zijn dan de meer op de wereld gerichte congregaties. Een van de belangrijkste verklaringen daarvoor is dat de apostolische congregaties ontstaan zijn om aan bepaalde maatschappelijke noden te voldoen. Vroeger bestond er geen uitgebreid stelsel voor hulp aan noodlijdenden. Gedurende eeuwen hebben religieuzen zich nagenoeg kosteloos het lot aangetrokken van mensen die uit de boot vielen. Het feit dat de overheid die zorg grotendeels heeft overgenomen, heeft een aantal congregaties overbodig gemaakt. Natuurlijk zijn er ook nu nog zware maatschappelijke noden of nieuwe vormen van armoede waar de overheid blijkbaar geen antwoord op heeft. Voor een congregatie die voornamelijk uit oudere zusters bestaat, is het niet vanzelfsprekend om hun activiteiten aan te passen aan de actuele problemen. De congregaties die daar toch in slagen vormen een minderheid. Wellicht hebben daarom de apostolische gemeenschappen aan aantrekkingskracht verloren. Uiteraard speelt ook de ontkerkelijking mee. Jongeren zijn veel minder dan vroeger voorbereid op een levenslang engagement met grote consequenties. Beschouwende orden hebben het voordeel dat hun manier van leven niet aan de tijdsgeest is gebonden. Het leven dat wij leiden, overstijgt ieder tijdskarakter, wat niet wil zeggen dat wij "tijdsvreemde" mensen zijn. Onze tijdloosheid kan niet volledig losgekoppeld worden van wat er in de wereld gebeurt. Tegelijkertijd hoop ik dat we erin slagen de eeuwigheid en de tijdloosheid te blijven belichamen, zonder te vervreemden of te denken dat we boven alles en iedereen staan. Onze levenswijze beantwoordt aan een heel wezenlijk aspect van hunkering dat in ieder mens aanwezig is. Die bijzondere hunkering wordt niet bij iedereen wakker gemaakt, maar ze is er wel. De essentie van ons leven is dat we niet willen stranden in de directheid van het leven. We streven niet naar pasklare antwoorden op grote levensvragen of directe tegemoetkomingen aan primaire behoeften.Wij zetten ons af tegen elke vorm van geestelijke én materiële overconsumptie. Ook de drang naar absolute kennis wordt bewust getemperd. Het absolute moet immers absoluut blijven. Het voortdurende besef van onvoldaanheid schenkt ons uiteindelijk de stuwende kracht om te leven.'

Geen vlucht uit de wereld

Op 20 augustus 1978 ben ik ingetreden. In onze orde duurt het postulaat minstens zes maanden, gevolgd door twee jaar noviciaat. Als postulante ben je nog niet als zuster gekleed en kan je vrij vertrekken. Je leeft wel volwaardig in de gemeenschap. Als je er klaar voor bent en de gemeenschap ook aanvoelt dat de tijd rijp is, mag je de witte novicengewaden dragen. Vanaf dat ogenblik heb je twee jaar om verder in het religieuze leven te groeien alvorens je een volgend engagement aangaat. Over iedere stap moet de gemeenschap mee beslissen. Bij mijn intrede bestond de gemeenschap uit zeven leden. De gronden waarop men zich baseert om iemand al dan niet toe te laten, kunnen heel divers zijn. Een novice wordt begeleid door een vormingsverantwoordelijke, met wie ze eenmaal per week een gesprek heeft. Dat is absoluut noodzakelijk om de kandidate goed te leren kennen en haar persoonlijke, psychologische en menselijke evolutie te volgen. Ook haar houding in de gemeenschap en haar groei op spiritueel vlak wegen in de eindbeslissing zwaar door.Omdat een novice het leven met de geprofeste zusters deelt, leert ze haar medezusters gaandeweg beter kennen. Het is heel moeilijk om je spanningen, je verdriet, je persoonlijke strijd en je problemen te verstoppen, als je dicht bij elkaar leeft. Vluchten voor jezelf is dus onmogelijk. Mensen die beweren dat slotzusters voor zichzelf en hun problemen kunnen vluchten, hebben het helemaal bij het verkeerde eind. In ons leven is de confrontatie met jezelf continu hard en duidelijk. Dingen die je niet verwerkt hebt, blijven opborrelen tot je er doorheen geraakt. Het feit dat er geen uitwegen en geen manieren van echte verstrooiing zijn, maakt het nog moeilijker. Voor een volledig harmonieus mens is ons levensritme rustgevend, maar zelfs iemand die in grote mate in vrede leeft met zichzelf, wordt voortdurend gedwongen dieper te graven. Iedere dag wordt ons leven grondig overdacht. Ik kan je verzekeren dat dat diepe sporen nalaat. Ik ben er me ook van bewust dat er altijd nevenmotieven spelen. Niemand is in zijn motivatie volledig zuiver. Ontgoochelingen of angsten kunnen een rol spelen, alsook een geromantiseerd beeld dat niet strookt met de werkelijkheid van het kloosterleven. Dat hoort allemaal bij de persoonlijke groei. Groeien op religieus niveau is ook groeien in menselijkheid. Mensen rijpen op relationeel, persoonlijk en seksueel vlak. Dat is voor een jonge vrouw die trappistin wil worden niet anders. Die rijping wordt niet artificieel beproefd, maar het dagelijkse leven zelf stelt elke kandidate voortdurend op de proef. Daarom moet het noviciaat lang genoeg duren, zodat de gemeenschap zo zuiver mogelijk kan oordelen of er voldoende vooruitgang is geboekt. Het noviciaat inkorten is het ergste wat men kan doen om het dalende aantal roepingen tegen te gaan. Ik vind dat men nieuwe kandidates juist strenger moet beoordelen. In het verleden zijn hier al kandidates geweigerd om heel uiteenlopende redenen. Dat kan omdat iemand niet genoeg groeide of omdat ze voortdurend haar medezusters opeiste.Meestal zijn er verschillende redenen. In elke persoonlijke groei hebben conflicten plaats. Begrijp me niet verkeerd: conflicten mogen aan de oppervlakte komen, maar ze geven wel aan dat er aan jezelf moet gesleuteld worden. In onze gemeenschap is het belangrijk dat elkeen haar kleinheid onder ogen wil zien en haar zwakheden voor zichzelf en voor de anderen durft te erkennen. Onze manier van leven is gebouwd op een hechte samenleving. We komen elkaar voortdurend tegen. Onderhuidse conflicten kunnen ook in een trappistinnengemeenschap even sluimeren. Dat is menselijk.Maar ze mogen de gemeenschap niet negatief beladen. Als de noviciaatsperiode voorbij is en de kandidate voelt dat ze klaar is voor de volgende etappe, stelt ze zich voor aan de hele gemeenschap. Ze doet haar aanvraag, tracht te verwoorden welke weg ze heeft afgelegd en legt uit waarom ze vindt dat haar noviciaatsperiode achter de rug is. Daarna trekt ze zich terug en spreken de medezusters zich onder elkaar uit. Positieve en eventuele moeilijke ervaringen worden openlijk naar voren gebracht. Na de stemming wordt het resultaat aan de kandidate meegedeeld. De vormingsverantwoordelijke verduidelijkt in een gesprek met de kandidate de meer genuanceerde motivatie van de gemeenschappelijke beslissing. Ik vind dat dit niet voor de hele gemeenschap moet gebeuren. Dat zou te veel lijken op een proces, en dat is niet de bedoeling. Een negatieve beslissing wordt volledig gemotiveerd. Ook bij een positief advies worden de eventuele minpunten met de kandidate besproken. Na het noviciaat volgt de tijdelijke professie. Bij ons is er slechts één tijdelijk professie, die drie jaar duurt. De kandidate ruilt het witte scapulier voor een zwart exemplaar met de lederen riem, maar ze behoudt haar witte kap. Drie jaar later volgt de eeuwige gelofte. Als iemand nog wat twijfelt, kan ze haar tijdelijke gelofte voor een half jaar of een jaar verlengen.Het is altijd beter in het begin veel bedenktijd te voorzien. Omdat wij de tijdelijke professie in feite ook al als een vorm van duurzaam engagement beschouwen, duurt de noviciaatsperiode in onze orde vrij lang.Mensen blijven immers evolueren. Daarom is het beter dat de gevolgen van de geloften een tijdje kunnen inwerken.

Drie pijlers

'Het afleggen van de eeuwige gelofte is een hoogtepunt. Tenslotte heb je er jaren naartoe gewerkt. Ook symbolisch is het een heel mooi moment. Het engagement wordt openlijk uitgesproken en schriftelijk op een akte bevestigd en ondertekend. De akte wordt op het altaar gelegd, naast de kelk en de pateen. Tijdens de dienst ervaart de nieuwe volwaardige medezuster het gevoel van totale "zelfgave". Ze geeft als het ware haar leven voor de roep die ze beantwoordt. Na de euforie van dat ogenblik breekt voor vele jonge geëngageerden vaak een bijzonder moeilijke periode aan. Sommigen maken dan een serieuze crisis door, omdat ze niet meer ergens naartoe streven. Je kunt dit vergelijken met een huwelijk, denk ik. Na de romantische jaren, slaat de sleur toe. Een verbintenis moet ook na het symbolische moment elke dag opnieuw waargemaakt worden. Ook in het kloosterleven bestaat het gevaar voor sleur, maar er zijn middelen om dat gevoel te bevechten. Het leven van een trappistin lijkt misschien monotoon, maar net die regelmaat biedt een gevoel van rust. Toch is er binnen ons vaste stramien ontzettend veel afwisseling. De grote verrassing van ons leven is dat je nooit vooraf weet wat de nieuwe dag brengt. Net daarin ligt onze grote vreugde. Enerzijds zijn we zeker van een ritme dat in grote lijnen aangehouden wordt en dat ons rustpunten geeft, maar anderzijds duiken er allerlei onverwachte verrassingen op: mensen die onze diensten bijwonen en die tijdelijk even bij ons verblijven,mensen die een beroep op ons doen of mensen die soms ons werkschema even overhoopgooien, zoals jij dat deze dagen met mij doet. In grote lijnen kan je stellen dat ons contemplatieve leven structureel ongeveer iedere dag op een gelijkaardige manier verloopt. Er zijn drie pijlers in onze dag: het gezamenlijke gebed, de Lectio Divina en het werk.

Een wereldvreemd en nutteloos leven?

'De verwijten van de buitenwereld kan ik enigszins begrijpen. Terwijl vele mensen in een rumoerige wereld constant moeten knokken om het hoofd boven water te houden, kunnen wij het ons veroorloven in een rustige omgeving te leven, waar wij door elkaar worden gedragen.Wij houden ons ver van de dwang van de maatschappij. Dat is een luxe. Maar wij hebben te kampen met andere demonen. Demonen die in ons zitten. Ze zitten in elke mens, maar wij worden er veel sterker mee geconfronteerd. Er zijn geen manieren om ze uit de weg te gaan. Als ons leven zo makkelijk zou zijn als sommigen beweren, zouden onze kloosters afgeladen vol zitten! Volgens onze grootste criticasters dragen wij niets merkbaars bij aan de samenleving. Ik ben het daar niet mee eens. Door onze manier van leven trachten wij een intens contact met God te onderhouden.Wij geloven dat dit ook de maatschappij ten goede komt.Wij kunnen er toch niet voor kiezen een heel leven lang in complete zinloosheid door te brengen. Dat zou onmenselijk zijn en absoluut geen vreugde geven aan onszelf. In alles wat wij doen, dragen wij de buitenwereld mee.Wij beseffen wel degelijk dat wij deel uitmaken van de grote wereld. Ik kan onze "nuttigheid" voor de samenleving niet uitleggen. Het is vooral een kwestie van geloof, en dat kan je niet met economische of rationele argumenten meten. Je gelooft het, of je gelooft het niet. Wij zijn er wel heel erg van overtuigd dat ons leven voor de samenleving zinvol is. Voor sommige mensen hebben wij een voorbeeldfunctie. Ze noemen ons een rustpunt in een opgezweepte samenleving. Dat is echter niet ons bewuste streven. Trappistinnen zijn vrouwen die een bijzondere keuze hebben gemaakt.Het onthaaste leven dat wij leiden is geen streefdoel, maar een middel om onze band met God te blijven onderhouden. Dat is onze belangrijkste motivatie. Mensen komen ons hun wel en wee vertellen en reiken ons gebedsintenties aan. Ook op die manier sijpelt de wereld ons contemplatief leven binnen.Wij bidden echter ook voor mensen die het nooit vragen en die het waarschijnlijk harder nodig hebben. Bidden lost de problemen niet op, maar kan ze wel draaglijker maken.Het gebed werkt ondersteunend. Het is aan de mens zelf om aan zijn problemen te werken en niet aan God om ze met een eenvoudige vingerknip weg te toveren. Dat geldt ook voor de trappistinnen.Wij kunnen ook onze problemen niet zomaar wegbidden.Het is een naïeve gedachte dat God alles voor ons kan oplossen. We hebben geen televisie. Een van onze zusters probeert het nieuws op de radio iedere dag te volgen. De hoofdpunten geeft ze aan ons door. Dat gebeurt meestal na de vespers. Een medezuster is geabonneerd op een krant, die ieder van ons kan inkijken. Regelmatig nodigen wij een geëngageerde persoon uit de buitenwereld uit om te komen vertellen over zijn of haar ervaringen.We volgen het nieuws dus in grote lijnen, maar niet tot in detail. Ik ken bijvoorbeeld niet alle namen van ministers, staatslieden en presidenten. Dat is niet het soort kennis dat wij nastreven.Wij vinden het wel belangrijk op de hoogte te blijven van belangrijke tendensen in de samenleving. Onze koffie kopen wij bijvoorbeeld in de Wereldwinkel. Op onze bescheiden manier steunen wij de projecten waar we kunnen achter staan. De vraag naar de precieze betekenis van de trappistinnen voor de samenleving is moeilijk te beantwoorden. Ik hoop dat wij een plaats zijn waar mensen waarachtig proberen te leven en een beetje liefde belichamen. Ik ben er vast van overtuigd dat er iets van dit streven in de grote samenleving doorsijpelt. Omgekeerd houden wij ons leven alleen maar vol omdat we geraakt worden door mensen die in de volle branding van het leven staan en zich ondanks alle tegenstand blijven inzetten voor hun idealen. Ik besef heel goed dat wij minder tegenwind voelen, omdat wij ons gedeeltelijk uit de woelige wereld hebben teruggetrokken.'

(Voorpublicatie in De Standaard van 31 maart 2007)