De laatste zusters van Vlaanderen - Kerk en leven
‘Ex-agnost’ schrijft boek over vrouwelijke religieuzen
In het Bijbelboek Spreuken staat de vraag „Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?” Bart Demyttenaere, die al eerder opmerkelijke boeken schreef over armoede en zelfdoding, vatte de zoektocht aan en stootte op twaalf sterke religieuze vrouwen. De laatste zusters van Vlaanderen? is een van de opmerkelijkste uitgaven van dit voorjaar. Ook al omdat het schrijven veel losmaakte bij de auteur. Het voerde hem zowaar terug naar de weg van het geloof.
MET negenduizend zijn ze nog in ons landje, de vrouwelijke religieuzen. Het viel auteur Bart Demyttenaere op dat in de Kerk wel veel ruchtbaarheid wordt gegeven aan het priestertekort en de gevolgen daarvan, maar zelden aan het even nijpende zustertekort. In het Katholiek jaarboek telden wij meer dan tweehonderd vrouwelijke congregaties en religieuze orden met huizen in Vlaanderen. De meeste ontstonden in de negentiende eeuw om te beantwoorden aan een bijzondere nood en beleefden hun hoogdagen gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Vandaag dooft menige congregatie van vrouwelijke religieuzen uit en trekt zich node terug uit de instellingen en de parochies waar zij tientallen jaren lang actief was.
TWAALF portretten van zusters borstelt Demyttenaere in zijn boek. Hij doet dat op basis van lange interviews. Op senator Monica Van Kerrebroeck na zijn het geen bekende figuren. Bij sommige zusters moest de auteur lang aandringen. Het resultaat is een teder, maar ook kritisch boek.
„Na mijn vorige boeken over armoede en vluchtelingen gaf ik lezingen overal in het land. Daarbij viel het me op dat telkens zusters kwamen opdagen”, vertelt Demyttenaere. „Raar, vond ik. Al bleek dat achteraf niet zo vreemd. In de schemerzones van het leven kom je immers de zusters tegen. Terwijl de samenleving verzuurt, terwijl de meesten op hun zestigste een welverdiende rust willen, maken zij op hun tachtigste nog altijd bedden op voor vluchtelingen, leggen huisbezoeken af, waken bij stervenden. Waarom doen zij dat? Het intrigeerde me.”
Haat en liefde
„Eigenlijk had ik met die zusters niets gemeenschappelijks”, aldus de schrijver. „Ik was geen gelovige, ik ben een man en bovendien een stuk jonger. Wel deelde ik hun engagement. Toen ik me in hen ging verdiepen, bleek nauwelijks wat te vinden over het leven van zusters vandaag. Ook in kerkelijke kringen vond ik amper documentatie. In de Kerk wordt wel gepraat over het priestertekort, maar over een zustertekort? Het liet me niet onberoerd.”
De belangstelling resulteerde in twaalf ontmoetingen, twaalf verhalen waarin niet enkel het gelovige engagement de rode draad is, maar waarin ook veel pijn, conflict en twijfel doorklinken.
„Ik wilde geen heiligenlevens schrijven. Ik stelde me van meet af voor als iemand die z’n geloof was kwijtgeraakt. Het waren op de keper beschouwd ook geen interviews, veeleer ontmoetingen met warachtige mensen die leven vanuit Jezus’ woorden.”
Vooral wat de overste van de trappistinnen vertelde over waarachtigheid bleek erg aangrijpend.
„Als je me vandaag vraagt of ik gelovig ben, kan ik niet ontkennend antwoorden. Ik ben geregeld te vinden op het getijdengebed bij de trappistinnen en zette me aan een grondige lezing van het evangelie.”
Demyttenaere wijst op de mooie Bijbeluitgave op z’n tafel.
„Geen enkele van mijn gesprekspartners heeft me willen bekeren, maar vaak gaf ik wat van mezelf bloot. Dan antwoordde zo’n zuster dat ze er ’s avonds in het gebed aan zou denken. Een paar keer riep ik uit dat de zusters vergif voor me waren, want dat ze er nog voor zouden zorgen dat ik gelovig werd. ‘O, maar volgens mij ben je dat al’, antwoordde een van de twaalf.”
In De laatste zusters van Vlaanderen? leer je milde en fijngevoelige vrouwen kennen. Vrouwen die niet oordelen, die werken aan de basis, die liefdevol omgaan met bijvoorbeeld de homoseksuele medemens. De kritische lezer ontdekt ongetwijfeld dat menige zuster uit het boek een haat-liefdeverhouding heeft met het instituut Kerk, vaak zelfs met de eigen congregatie.
Demyttenaere: „Ze staan kritisch tegenover het kerkinstituut, maar blijven er wel loyaal deel van uitmaken. Dé Kerk, zo leerden ze me, bestaat niet. Daarom is ‘de Kerk’ aanvallen oneerlijk en dom. Je zult er mij niet langer op betrappen. Hét onderwijs of hét gerecht bestaat overigens ook niet.”
Uitsterven
„Niet één zuster behandelde ik respectloos. Dat doe ik dus ook niet met de Kerk. In vele religieuze gemeenschappen viel me een warm en liefdevol onthaal te beurt. Ik mocht immers niet enkel de twaalf geportretteerden ontmoeten, maar ook vele medezusters. Ze praatten heel openlijk, over het vaak gedwongen samenleven met mensen die je niet zelf hebt gekozen. Het sterkste element uit het verhaal bleek echter hun manier van evangelisch leven.”
In het boek lezen we een boeiend gesprek met één contemplatieve zuster, de overste van de trappistinnen van Klaarland. Het duurde lang vóór Demyttenaere haar kon bewegen tot een gesprek. De meeste geportretteerde zusters behoren tot apostolische congregaties die zich bezighouden met onderwijs, psychiatrie, zieken- en armenzorg. Vandaag zijn velen nog steeds sterk geëngageerd, ondanks hun leeftijd.
Een van de meest wonderlijke gesprekken is met een zuster van Vorselaar die zowat haar hele leven zorgt voor oude en zieke medezusters en waakt bij de stervenden. Vaak komt het naderende einde van de groep ter sprake. De congregaties vergrijzen, hebben al heel lang geen roepingen meer. Ze doven uit, terwijl de laatste zusters zich nog volop inzetten voor hun medemensen.
„Eigenlijk is het niet belangrijk of onze congregatie blijft voortbestaan”, stelt een van de geïnterviewden. Toch zijn de zusters overtuigd dat het religieuze leven hen zal overleven, ook al zal hun eigen groep verdwijnen. In tal van de instellingen die ze stichtten, nemen bekwame en geestdriftige leken de fakkel over. Elders starten kleine groepen van nieuwsoortig religieus leven: de Tibériade bijvoorbeeld, of de stadsmonialen.
De laatste zusters van Vlaanderen? werd bij het verschijnen goed onthaald en stootte snel door tot in de top tien van best verkochte boeken. Ten huize Demyttenaere staat de telefoon alvast niet stil.
Vele zusters beschouwen de auteur blijkbaar als hun ‘woordvoerder’. Met die titel is Demyttenaere erg opgetogen. Hij wilde immers vooral een maatschappelijk eresaluut brengen aan een groep die veel voor onze samenleving betekent.
(Erik De Smet in Kerk en Leven van 25 april 2007)
