De laatste zusters van Vlaanderen - Tertio
Commentaar: Sterke vrouwen
Terecht bewaart en ontsluit de kerk in ons land met grote zorg haar culturele patrimonium. Volgende zondag, tijdens de Brusselse en Vlaamse erfgoeddag, zal dat opnieuw te merken zijn. Onder het motto 'Niet te schatten' staat dan het waardevolle van ons erfgoed in de kijker. De organisatoren vestigen de aandacht op de economische, culturele, religieuze of sociale waarde van historisch erfgoed. Ook nu weer nemen parochies en religieuze gemeenschappen deel. Op het programma staan tal van kerkbezoeken en wandelroutes langs kerken en kloosters.
Nog oneindig veel belangrijker dan die culturele zorg is dat de kerk haar geestelijk patrimonium doorgeeft. Het hoeft geen betoog dat dit vandaag niet evident is. Dat blijkt eens te meer uit het jongste boek van Bart Demyttenaere met de veelzeggende titel De laatste zusters van Vlaanderen? (Van Halewyck, Leuven, 232 blz., 17,50.)
Het bestaat uit diepgravende en openhartige interviews met twaalf religieuzen: elf apostolische actieve zusters en een contemplatieve kloosterlinge. De publicatie is in vele opzichten opmerkelijk. Allereerst wordt ze op de markt gebracht door een uitgever die niet over een klassiek 'catholica-fonds' beschikt. Ook markant is de heuse mediahype die met de verschijning van het boek gepaard ging. Zowel de kranten De Standaard en De Morgen als het weekblad Knack brachten een voorpublicatie. Doorgaans nemen kerk en religie in hun kolommen nochtans een weinig prominente plaats in. Alleen religieus nieuws dat politiek relevant, conflictueus of 'pikant' is, krijgt ruime aandacht. En dit is zowaar een ernstig, inlevend boek over religieus leven.
Heeft de reputatie van de auteur daar iets mee te maken? Demyttenaere schreef de jongste jaren voortreffelijke en spraakmakende boeken over sociale kwesties als zelfmoord, het gevangeniswezen, armoede in België en de vluchtelingen. Zo iemand krijgt terecht krediet. Toch neemt hij in zijn jongste boek een kwetsbare positie in. Vrouwelijke religieuzen gingen hem intrigeren, schrijft hij, omdat hij ze altijd weer tegenkomt als hij lezingen geeft voor maatschappelijk geëngageerde groepen. Als 44-jarige ex-katholiek doet hij na afloop een ongewone bekentenis: "Ik ben niet permanent bezig met de vraag of God al dan niet bestaat. Maar ik beken dat ik die vraag opnieuw voorzichtig in mijn leven toelaat." En hij ondertekent de inleiding van zijn boek met zijn naam en de epiteta 'ex-gelovige, ex-afvallige en sinds kort ook ex-agnost'.
Die positieve ontvangst van een boek over religieus leven heeft zeker een hoopvolle kant: er lijkt stilaan een nieuwe openheid te groeien voor een uitgesproken christelijke, ja, katholieke identiteit. Aarzelend en onwennig weliswaar, maar toch. Dat proces lijkt zich nu ook in Vlaanderen te voltrekken, nadat het in de buurlanden Frankrijk en Nederland eveneens mondjesmaat al eerder aan de gang was.
Tegelijk heeft die oprechte belangstelling iets tragisch, want het 'actieve' kloosterleven voor vrouwen loopt, althans in zijn huidige vorm, in onze streken op zijn einde getuige de titel van Demyttenaeres boek. In 1947 telde ons land bijna 50.000 vrouwelijke religieuzen, vandaag zijn er in Vlaanderen minder dan 9.000 zusters en hun gemiddelde leeftijd is 75 jaar. Jongeren zijn er amper.
Al lezend deel je snel de spijt die ook de auteur daarover is gaan voelen. De twaalf 'sterke nonnen', zoals de ondertitel op z'n Hollands luidt, zijn vrouwen van vlees en bloed die hun twijfels en zwakheden niet verbergen. Ze zijn verbluffend nuchter en niet zelden behoorlijk kerkkritisch. Tegelijk verneem je hoe ze in zelfgave en edelmoedigheid groeiden en ondanks de kanteling der tijden hun roeping volgden: zuster zijn van armen en zieken, van radeloze en rechteloze mensen. Je leest met stijgende verbazing hoe ze soms tot na hun tachtigste alert en creatief doorgaan met dat radicale leven ten dienste van de minsten. En dat allemaal vanuit het evangelie en vanuit een diepe Godsverbondenheid.
Daarin ligt de tragiek van Demyttenaeres boek: dat dit waardevolle geestelijke erfgoed van het actieve kloosterleven in onze contreien dreigt te verdwijnen. De zusters zelf laten zich daar niet door ontmoedigen: ze vonden en vinden hun leven zonder meer zinvol en laten de rest aan God over.
Die houding is historisch verantwoord: de geschiedenis toont dat concrete gestalten van religieus leven eindig zijn en evolueren met veranderende maatschappelijke omstandigheden. Ooit waren er de begijnen, daarna brak het tijdperk van de apostolische religieuzen aan. Vandaag zoeken sommigen naar nieuwe vormen van individueel en toch verbonden religieus leven.
Er zijn vandaag her en der ook jonge vrouwen die vanuit het gebed en vanuit het evangelie een leven van radicale zelfgave willen leiden. Aan de kerk om hen te steunen en te erkennen. Zelf doen ze er goed aan zich te laven aan het leven van hun geestesgenoten, de kloosterlingen. Die laten een geestelijk erfgoed van immense waarde na.
(Peter Vande Vyvere in Tertio van 18 april 2007)
