De last van het leven - Tekst fragment
AAN MIJN BROER
‘Men pleegt slechts zelfmoord als men, in bepaalde opzichten, altijd overal buiten heeft gestaan.’ E.M. Cioran in Gedachten over zelfmoord
‘Beter de dood dan een bitter leven, beter eeuwige rust dan voortdurend leed.’
Bijbel, Jesus Sirach 30, 17
Lieve Luk,
Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat je een eind maakte aan je leven. Je moest eens weten wat je dood - en vooral de manier waarop je stierf - heeft veroorzaakt in je onmiddellijke omgeving.
Op maandag 29 augustus 1994 werd ik om iets voor halftwee 's middags dringend aan de telefoon geroepen. Pa wilde aan Hilde niets vertellen en ik moest meteen zelf aan het toestel komen, ook al zat ik op dat ogenblik in bad. Ik was erg gehaast omdat ik om twee uur op school moest zijn voor de eerste vergadering van het nieuwe schooljaar. Ik zie me daar nog staan in de keuken: opgejaagd zoals altijd, een beet-je boos op pa, badhanddoek rond de lenden gedraaid, nadrup-pelend op de keukenvloer. Er was iets ergs gebeurd met jou, vertelde pa. Ik heb het nieuws beetje bij beetje uit hem moeten lospeuteren, want hoe vertel je iemand over de telefoon dat zijn jongste broer zelfmoord heeft begaan? Je plotselinge dood was een schok voor ons allemaal. Niemand had zoiets verwacht en toch begreep ik meteen waarom jij niet meer wilde leven. Voor jou waren er redenen genoeg om dood te willen zijn. Als peuter viel er met jou in huis geen land te bezeilen. Je was een erg opvliegend en overgevoelig kereltje, en in vele opzichten zo anders dan je drie oudere broers. Je kon pas lopen toen je twee was en op je eerste woordjes moesten we dan nog eens twee jaar wachten. Tien jaar lang heb je in een instelling doorgebracht. De eerste jaren kwam je zelden naar huis. Ik herinner me wel dat we je daar vaak gingen opzoeken. Naarmate je ouder en rustiger werd, kwam je af en toe een heel weekend thuis logeren. Geleidelijk aan namen wij je over en werd je een van ons. Hoewel ik betwijfel of je er ooit echt bij hoorde. Jij was ons kleine zorgenbroertje en dat ben je altijd gebleven, tot aan je dood.
Dertien maanden voor je dood ben je alleen gaan wonen. Je was 25 jaar. Op aanraden van ons kocht je een kleine flat waar je je nog meer isoleerde dan daarvoor het geval was. Je ging alleen op in je eigen hobby's die je met niemand anders kon delen: je passie voor vuurwapens, gewelddadige actiefilms, hardrock en je auto. Voor de buitenwereld speelde je de ruwe kerel maar binnenin was je zo zacht en kwetsbaar. Voortdurend was je op zoek naar vrienden en vriendinnen. Meer dan wat oppervlakkige kennissen heb je nooit gehad. Dat moet je nog het meest pijn van al hebben gedaan.
In de dagen voor je dood was je nog bij ons allemaal op bezoek geweest. Bij bijna allemaal, want ik was er niet. 's Zaterdags ben je langsgelopen bij je broers Piet en Kris en 's zondags heb je nog je wasgoed naar onze ouders gebracht. Ging je op dat ogenblik afscheid nemen? Had je toen al voor jezelf uitgemaakt dat je dood wilde? Bij Kris heb je je heel even laten gaan. Jij, de harde jongen, huilde. Je had op je werk een meisje ontmoet. Eindelijk! Je was een avond lang met haar op stap geweest en je droomde al van een mooie toekomst samen met haar. ‘Nooit meer alleen’, moet je gedacht hebben. Je kwam erachter dat ‘jouw meisje’ al een vriend had. Ze wilde wel eens met je uitgaan, maar verder kon ze niet gaan. Je was er kapot van. Liefdesverdriet, de laatste druppel in je overvolle emmer van frustraties. Net een druppel te veel... Wij hebben elkaar niet meer ontmoet. Zoals gewoonlijk had ik het weer veel te druk. Ik ben dat hele weekend weg geweest en pas later vernam ik dat je ook bij mij voor een gesloten deur hebt gestaan. Nu, vijf jaar later, vind ik het nog altijd erg dat ik je niet meer levend heb gezien. Misschien had ik je nog kunnen tegenhouden, misschien je leven met enkele weken of maanden kunnen verlengen, misschien... Maar waarschijnlijk zou ook een ontmoeting met mij, je oudste broer, niet veel veranderd hebben aan je beslissing. Je lichaam werd in de vroege ochtend van 29 augustus door een jogger in een bos aangetroffen. De rijkswachters die de eerste vaststellingen deden, heb ik enkele dagen na je begrafenis opgezocht. Over je dood waren ze formeel: je zou jezelf omstreeks vijf uur het fatale schot hebben gegeven en je zou dood zijn geweest nog voor je lichaam de grond raakte. Je zou niet geleden hebben, fysiek toch niet. Jij wilde altijd alles zo goed mogelijk doen. En schieten kon je als de beste...
De vijf lange dagen voor je begrafenis verliepen nogal chaotisch. Iedereen was natuurlijk erg aangeslagen. We waren afwisselend zeer bedroefd en woedend op jou en op onszelf. We probeerden elkaar de schuldgevoelens uit het hoofd te praten met rationele argumenten, terwijl in die periode de emoties uiteraard de bovenhand hadden.
Dit moet gezegd, Luk: niemand van ons deed enige moeite om je plotselinge dood te banaliseren tot een ‘ongeluk’. Met formuleringen in de trant van ‘geen enkel verwijt, alleen verdriet en spijt‘ wilden we aan buitenstaanders duidelijk maken dat jij je eigen dood had veroorzaakt. Maar amper twee dagen na je dood bereikten ons al de eerste geruchten. In een eerste versie zou je nog warme lichaam beroofd zijn geweest door een lijkenrover die met je dure sportschoenen aan de haal ging. Nog sterker is het verhaal van de ‘familiale afrekening’. Je zou na een felle discussie vermoord zijn geweest door je oudste broer. Door mij dus. Ach, de mensen...
Er was veel volk op je begrafenis; er waren meer mensen dan jij waarschijnlijk zelf kende. De uitvaartdienst in de kerk hebben we bewust heel sober gehouden. Geen emotionele muziek en te persoonlijke toespraken. Waarom alles nog dramatischer maken dan het voor ons al was? Er waren al genoeg tranen gevloeid.
Op 3 september werd je lichaam gecremeerd in Hasselt en enkele uren later werd je nog warme urn ingemetseld in het columbarium van het kerkhof van Beringen. In het begin kwam ik je daar enkele keren per week opzoeken, maar nu - vijf jaar later - moet ik toegeven dat ik daar nauwelijks nog behoefte aan heb. Enkel op Allerheiligen - je verjaardag! - loop ik altijd even langs met Hilde en de kinderen. Daan, Gijs en Noortje weten dat je daar nu ‘woont’, al snappen ze niet echt hoe Nonkel Luk kan leven in zo'n klein huisje.
Schuldgevoelens omtrent je dood heb ik niet meer. Ik kan nu zonder problemen over je praten, vooral omdat ik volledig begrijp waarom je niet meer wilde leven. Jij was niet zoals de meeste jongens van 26 jaar. Veel te vroeg geboren had je van de natuur iets minder verstandelijke capaciteiten toebedeeld gekregen dan de meeste andere mensen. Net té weinig om gewoon zonder complexen te kunnen leven en net té veel zodat je dat zelf zeer goed besefte. Je zag je drie getrouwde broers kinderen krijgen, huizen kopen en hun leven inrichten, terwijl jij het schijnbaar goed deed in je eigen flat... heel alleen... ook wanneer je het moeilijk had. Je korte leven heb jij op je tenen moeten lopen om mee te kunnen met de rest, om voldoende geaccepteerd te worden. Van jou werd nu eenmaal meer gevraagd dan van andere mensen. Te veel zelfs. Je ‘werkmakkers’ van de Fordfabriek hadden er geen problemen mee dat jij - naast je eigen taak - ook nog hun job erbovenop deed. Jarenlang heeft men van jou geprofiteerd, Luk. En jij liet maar begaan, in ruil voor een beetje vriendschap en aandacht.
Je werd zelden serieus genomen (ook door mij) en dat besefte jij maar al te goed. Je kwam te pas en te onpas bij ons langs. Om eerlijk te zijn vaker te onpas dan te pas. Neem me niet kwalijk, Luk, maar het was niet eenvoudig om contact met je te krijgen. Verder dan wat oppervlakkige gesprekken kwamen we meestal niet. Jij kon je niet goed uitdrukken en ik verwachtte niet meer van jou. Ons eenvoudige zorgenbroertje mocht gewoon zichzelf zijn, maar meer dan dat ook niet.
Door je dood zijn alle onderhuidse spanningen in onze familie helemaal bloot komen te liggen. Tussen onze ouders heeft het nooit echt geboterd. Dat was toen jij nog leefde ook al zo. Hun huwelijk is na 34 jaar stukgelopen, een jaar na je dood dus. Ma woont nu in Hasselt. Ze heeft het geruime tijd heel moeilijk gehad maar nu redt ze zich wel. Pa is pas verhuisd en heeft een vriendin. Het ouderlijk huis is verkocht en alles is verdeeld. Eigenlijk is het zo beter en vooral veel eerlijker. Jij beging zelfmoord en ineens moest de jarenlange schijn niet meer hooggehouden worden. Niemand van ons trekt zich nog iets aan van ‘wat de mensen zeggen of denken’.
Je broers zijn elk hun eigen weg gegaan. Piet heeft met de rest van de familie definitief gebroken. Hij heeft nooit een hechte band met ma of pa gehad. Ook dat is nu nog duidelijker geworden. Ik hoop dat het hem goed gaat. Met Kris heb ik vrij veel contact. Hij is nu ook over je dood heen, al heeft hij het heel moeilijk gehad om het te aanvaarden. Je weet hoe hij is: een gevoelige jongen, naar mijn aanvoelen iets te sentimenteel soms.
Ik heb ongeveer anderhalf jaar nodig gehad om over je dood heen te raken. Ik heb wekenlang stapels boeken over zelfmoord gelezen. Dat was mijn manier van verwerken. Daardoor ben ik je dood meer en meer gaan bekijken als je eigen keuze en heb ik mijn schuldgevoelens kunnen afstoten. Op die manier heb ik je beetje bij beetje kunnen loslaten. Maar vergeten doe ik je niet, Luk. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet even aan je denk.
Dit moet ik je nog nageven, Luk: door je zelfmoord heb jij ervoor gezorgd dat iedereen je plots serieus nam. Vreemd is dat. Ik ben er haast zeker van dat er meer over jou is gesproken na je dood dan toen je nog onder ons was. Ik weet niet wat ik zou hebben gedaan als ik in jouw plaats was. Sommigen vinden het laf wat je gedaan hebt. Anderen noemen je moedig. Laf of moedig, voor mij maakt het allemaal niet veel meer uit. Jij hebt gedaan wat jou het beste leek en ik moet verder leven met alleen maar herinneringen aan jou.
Tot Allerheiligen dan maar.
Dag Luk,
Bart
29 augustus 1999
