Bart Demyttenaere

Met de dood voor ogen - De morgen

'Ça va, ik leef nog'

Iets tussen moord en sterven, zo is zelfdoding, maar dan met meer twijfels, meer vragen, meer schuld. Het is nu meer dan tien jaar geleden dat Bart Demyttenaere zijn broer verloor door zelfdoding. In Met de dood voor ogen rekent hij voor de derde keer literair af met de zoektochten die hem sindsdien nooit hebben losgelaten: naar motieven, schuldigen en middeltjes om nooit meer iemand diezelfde weg op te laten gaan. Door Tina De Gendt

at brengt iemand ertoe zelfmoord te plegen? Het is de vraag die zich tot in het oneindige herhaalt in de hoofden van de nabestaanden. "Eigenlijk zijn suïcidale gedachten normaal", zegt Bart Demyttenaere. "Ieder weldenkend mens staat op een bepaald moment stil bij zijn leven en vraagt zich af of het nog wel de moeite waard is. Dat soort zelfevaluatie is niet slecht af en toe, maar het kan ook een heel enge beleving zijn als je alles in een slecht licht ziet."

Wat zich in het hoofd van een zelfmoordenaar afspeelt, is moeilijk in te schatten. In Met de dood voor ogen getuigt Jan over de suïcidale gedachten die hem jarenlang hebben achtervolgd, van kwaad naar erger gingen en hem uiteindelijk bijna het leven kostten. Als je hem nu vraagt hoe het gaat, zegt hij 'Ça va, ik leef nog'. "Maar wat voor Jan geldt, geldt niet voor iedereen", beklemtoont Demyttenaere. "Het is belangrijk te onthouden dat het bij elke zelfmoord gaat om een individu met een eigen achtergrond, een eigen verhaal. Vele zelfmoordenaars maken een depressie door voor ze een poging doen, maar er zijn er ook die heel impulsief beslissen."

"Een zelfdoder straft zichzelf voor iets waar hij geen straf voor verdient", zegt de moeder van Michiel in Met de dood voor ogen. Haar zoon stond aan de vooravond van zijn middelbaar diploma toen hij zichzelf van het leven beroofde. Michiel had schijnbaar alles mee: hij was knap, intelligent, getalenteerd en populair, maar ongemeen streng voor zichzelf en de rest van de wereld. Hij verachtte het materialisme en egoïsme.

Volgens Demyttenaere is Michiel het voorbeeld van de succesvolle en idealistische jongere die het net daardoor niet meer ziet zitten. "Ik geloof dat idealisme eigen is aan de jeugd. Ook nu nog, hoewel het misschien op een andere manier wordt geuit, maar het verenigingsleven ligt lam. Wie vroeger als jongere gefrustreerd was en boos op al het onrecht in de wereld, kon zich aansluiten bij een groep. Nu wordt een idealist veel te vaak aan zijn lot overgelaten, zijn frustraties worden niet gekanaliseerd. Daardoor voelen veel jongeren het aan alsof ze alleen lopen in een onkritische, onverdraagzame wereld, die ze steeds meer verachten."

"Niemand heeft schuld aan zelfdoding, maar aan de frustraties van onze jeugd hebben we allemaal schuld. De maatschappij bepaalt de verantwoordelijkheid die we voor elkaar nemen en wat mij betreft schiet die ernstig tekort. Natuurlijk is er een bepaalde genetische aanleg voor depressie en suïcidale gedachten, maar als het allemaal in de genen lag, zou het zelfmoordcijfer internationaal gelijklopen. Dat is helemaal niet het geval: samen met een paar andere landen spant België de kroon. Als we zelfdoding willen verminderen, moeten we allemaal onze verantwoordelijkheid opnemen."

slapende honden

Willen we de zelfmoordcijfers in onze contreien naar beneden halen, dan moeten we volgens Demyttenaere voor een totaalaanpak gaan. Momenteel zijn in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg opleidingen voorhanden voor mensen en instituten die willen leren hoe je zelfmoordpogingen kunt voorkomen en suïcidale gedachten detecteren, maar het taboe is nog erg groot.

Op de vooravond van een lezing over zelfmoord in een school werd Demyttenaere opgebeld door het schoolhoofd. Om te zeggen dat ze het toch niet zo'n goed idee vonden dat hij kwam. 'Op zijn school kwam zelfmoord niet voor en hij wilde geen slapende honden wakker maken'. "Het is een mythe dat je mensen op ideeën brengt door het onderwerp aan te snijden, op voorwaarde dat het op een degelijke manier gekaderd en ingevuld wordt. Jongeren die nog nooit aan zelfmoord hebben gedacht, zullen het niet overwegen gewoon omdat je erover begint, en zij die wel suïcidale gedachten hebben, kunnen er op zijn minst uit begrijpen dat ze niet abnormaal zijn en dat er hulp aanwezig is."

Spreken over zelfmoord kan volgens Demyttenaere levens redden. Uit onderzoek blijkt immers dat de groep leerlingen die in hun eentje suïcidale gedachten koesteren, niet miniem is. "Op een van mijn lezingen kwam ik voor een groep van honderd leerlingen terecht. Er ging een korte en anonieme vragenlijst rond. Een van de vragen was of ze iemand kenden die al een zelfmoordpoging had ondernomen. De overgrote meerderheid antwoorde daarop ja. Een leerling schreef: 'Ja, al acht', waarna hij een dodenlijst opsomde van familieleden, kennissen en vrienden. Uit onderzoek blijkt dat één op de tien jongeren zelfmoord wel eens overwogen heeft, dat zijn er gemiddeld twee per klas. Dan is het toch onzinnig te denken dat je mensen op ideeën brengt?

"Jongeren brengen meer dan de helft van hun actieve leven door op de schoolbanken. Het is dus essentieel dat scholen weten hoe ze met die problemen kunnen omgaan, maar al bij al wordt daar bitter weinig aan gewerkt. Er zijn goede scholen, waar het probleem wel wordt aangekaart, maar het hangt allemaal af van het initiatief van enkelen. Er is geen verplichting en geen coördinatie. Bovendien ontstaat het initiatief meestal pas als er iets gebeurd is: dan komen ze in paniek aankloppen met de vraag hoe ze het nu moeten aanpakken. Moeten er echt doden vallen voor men het taboe doorbreekt?"

tunneldenken

Niemand wil een zelfmoord op zijn geweten, maar blijft de vraag hoe je iemand overtuigt in het leven te blijven. Er zijn immers geen magische formules of vademecums omdat elke persoon verschillend is. Het belangrijkste is zoveel mogelijk empathie te tonen. "De grootste fout die mensen maken tegenover depressieve mensen is dat ze hun verdriet niet naar waarde schatten. Zelf probeerde ik mijn moeder, die het heel moeilijk had na de dood van mijn broer, vaak op te fleuren door te zeggen dat het zo'n mooi weer was, maar dan kreeg ik een resoluut 'veel te warm'. Depressieve mensen beur je nu eenmaal niet op door hen te wijzen op de mooie dingen des levens, maar door hen in hun verdriet te aanvaarden. Dat is niet zo evident, zeker als de depressie blijft duren.

"Op verdriet rust nog een groter taboe dan op zelfmoord. We willen er wel even tijd voor vrijmaken, maar niet te lang. Daar hoeft niemand zich schuldig over te voelen; het is puur menselijk. De toehoorder heeft in de meeste gevallen evengoed last van onverteerd verdriet, maar een beetje empathie zou niet slecht zijn. Laatst kreeg ik de vraag: 'Wanneer weet je dat het echt is en wanneer het gewoon aandacht vragen is?'. Dat vond ik verschrikkelijk: iemand die zegt dat hij zelfmoord wil plegen, heeft inderdaad aandacht nodig. Het is een noodkreet die je zeker niet kunt afdoen als 'maar aandacht vragen'.

"Iemand met suïcidale gedachten wil niets bewijzen tegenover de anderen. In tegendeel: velen denken dat ze toch alleen maar een last zijn of dat het beter zou zijn als ze er niet meer waren. Ze zien niet meer dat er andere opties zijn: ze denken verkeerdelijk dat de dood het antwoord kan zijn op hun problemen en die van de anderen. Alsof ze in een tunnel zitten die steeds nauwer wordt en waarin de anderen geen plaats meer hebben. Goedbedoelde opmerkingen van vrienden en familie worden in dat soort tunneldenken volledig verkeerd begrepen, waardoor de persoon zich nog meer gaat isoleren. Maar het leven is geen tunnel: er zijn altijd omwegen en uitwegen. Als je een suïcidale daarop kunt wijzen, is dat mooi, maar veel meer dan dat is er het feit dat je er bent, dat ze niet alleen zijn in die tunnel. En hopelijk kijken ze ooit opzij en zien ze dat er iemand staat."

(Tina De Gendt in De Morgen van 27 januari 2006