Bart Demyttenaere

Met de dood voor ogen - De standaard


Twee jongeren per klas


Het aantal jongeren dat uit het leven stapt, is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. Tegen het licht van die onthutsende wetenschap lanceert schrijver Bart Demyttenaere een warme oproep om emoties van jongeren ernstig te nemen.

Tien procent van de jongeren denkt weleens aan zelfmoord: twee in elke klas

Het is intussen zijn derde boek over zelfdoding. Maar dit boek is weer helemaal anders dan de vorige twee. Zes jaar geleden verscheen van Demyttenaere De last van het leven, dat hij nu omschrijft als een boek waarin hij zoveel mogelijk wetenschap en feiten over zelfmoord verzamelde. Later schreef hij samen met Wim Geysen de fictieve brievenroman Spiegelschrift, die intussen in een theaterstuk is omgezet en al vele scholen heeft aangedaan. Er volgden ook boeken over andere kwetsbare onderwerpen, waaronder armoede.

En nu gaat het weer over zelfmoord, maar dan veel meer over de enorme emoties die worden opgewekt wanneer een jongere uit het leven stapt, of de gedachte daaraan uitspreekt.

Ook nu weer begint het boek met een open brief' aan zijn overleden broer. Het is een confronterende brief, zoals het hele boek confronterende getuigenissen bevat. Demyttenaere vertelt over de - natuurlijke - dood van zijn moeder, die nooit de zelfmoord van haar jongste zoon heeft verwerkt. En toen werd ook die andere geliefde dode in hem weer wakker.

,,Ik ben in een korte, maar krachtige depressie beland. Je zou denken dat ik daartegen gewapend moet zijn, omdat ik er alle symptomen van ken. Toch zakte ik almaar dieper. Kijk, zes jaar geleden, bij dat eerste boek, dacht ik dat ik er helemaal over was. Er waren toen al vijf jaar voorbijgegaan na de dood van mijn broer. Nu besef ik dat je er nooit helemaal mee in het reine komt. Ik zal dat tot het einde van mijn dagen meedragen. Dat is niet erg, maar je moet het wel erkennen. Zelfmoord is niet niks. Het is een spectaculair gebeuren, met een grote impact op het leven van anderen.''

Daarover vertellen in dit boek zowel jongeren als volwassen. Er is een pakkende getuigenis van ouders die zes jaar worstelen met angst om hun suïcidale zoon. Vandaag gaat het goed met hem. En vooral veel getuigenissen uit scholen, van leerkrachten die vertellen over hun engagement maar ook hun onmacht.

Demyttenaere: ,,School is voor pubers de belangrijkste leefwereld. Ze brengen er de helft van hun actieve leven door en ontmoeten er hun vrienden. Het is dus essentieel dat scholen weten om te gaan met problemen van jongeren, verdriet en suïcidale neigingen. Er zijn scholen die dit goed doen, maar er zijn er ook waar het nog veel beter kan.''

,,Ik zal je een anekdote vertellen: op een avond werd ik gebeld door de directeur van een school waar ik de volgende dag een lezing over zelfmoord zou geven. Hij zei dat het een misverstand was. Op zijn school deden dat soort problemen zich niet voor'. Het was niet nodig om slapende honden wakker te maken'. Dat is je kop in het zand steken. Onderzoek wijst uit dat tien procent van de jongeren wel eens met zelfmoordgedachten rondloopt: dat zijn er twee in elke klas! Ongeveer evenveel doen aan zelfverminking.''

,,Het aantal zelfdodingen bij jongeren is in twintig jaar tijd verdubbeld. Dat is een onthutsende vaststelling. Goed, 99procent van de jeugd komt de puberteit ongeschonden door. Maar er zijn nu zelfs al kinderen van dertien jaar, en jonger, die eruit willen stappen. Scholen kunnen daar niet meer omheen. Ze hebben tegenwoordig allemaal aandacht voor gezond eten en meer bewegen. Ze mogen de geestelijke gezondheid niet uit het oog verliezen. Die is zeker zo belangrijk.''

Maar het is wel moeilijker. Zo blijkt uit de getuigenis van een leerkracht. Zijn betrokkenheid bij een suïcidale leerling kostte hem vele uren slaap en woog op zijn gezinsleven.

Demyttenaere: ,,Leerkrachten die zeggen dat ze er niet voor opgeleid zijn, hebben deels gelijk. Ik pleit overtuigd voor meer bijscholing over dit onderwerp. De Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (cggz) hebben een interessant aanbod. Waarom deze suïcidale preventiecursus niet verplicht maken voor minstens een aantal leerkrachten op een school?''

De leraar in het boek vernam op een dag dat de bewuste leerling diezelfde dag nog uit het leven zou stappen. De leerling drong aan op geheimhouding, zoals bij alle voorgaande gesprekken het geval was geweest, en hengelde zelfs naar een soort van toelating'. De leerkracht schakelde toch een derde in en kon zo op de valreep het ergste voorkomen.

,,De leraar had de geheimhouding eerder moeten doorbreken. In de preventiecursus kun je dat leren. Die man zag dat zelf ook in en benoemde zijn fout'. Het is natuurlijk geweldig als leerlingen een vertrouwenspersoon vinden op school. Maar die persoon moet zijn grenzen kennen. Je moet er, in overleg met de leerling, op tijd iemand bijroepen. Een leerkracht is geen hulpverlener.''

,,De zwakte en tegelijk ook de kracht van elke school: dat de opvang van jongeren met problemen afhangt van de individuele inzet van gedreven leerkrachten. Ik geloof dat er in elke school zulke leerkrachten zijn. Wat ze kunnen doen, wordt echter ook mee bepaald door het schoolbeleid. Ik pleit daarom concreet voor het opstellen van crisisinterventieplannen. Leerkrachten moeten weten wie ze in geval van nood kunnen verwittigen. Pas op, niet iedereen hoeft dat te weten. De suïcidale gedachten van een leerling hoeven niet het gespreksonderwerp te worden in de lerarenkamer.''

,,En scholen moeten ook bijzondere aandacht besteden aan leerlingen die een vriend of klasgenoot door zelfmoord verliezen. Het volstaat niet om te zeggen dat er iets heel ergs' is gebeurd. Het is belangrijk om na te gaan met wie de leerling in kwestie contact onderhield. Vrienden en peers' hebben recht op de hele waarheid. Anders ontstaat er idealisering of mythevorming, die tot navolging kan leiden. Het is intussen bekend dat nabestaanden van zelfdoding zelf risico lopen. Houd het communicatiekanaal open. Verdriet moet bespreekbaar blijven.''

,,Nee, ik wil geen verdrietlessen' invoeren. Ik pleit eigenlijk voor niets nieuws. Alleen voor werkelijkheidsonderricht dat de echte werkelijkheid onder ogen ziet.''

(Veerle Beel in De Standaard van 25 januari 2006)